Gietmortel is een krimparme of krimpvrije, dun-vloeibare mortel die in vrijwel iedere vorm en afmeting gegoten kan worden. Dit type mortel wordt vooral toegepast voor ondergieten (ondersabelen) van constructies die belastingen naar onderliggende bouwdelen of funderingen afdragen, en voor het vullen van holten e.d. In deze tekst combineren we de verschillende eigenschappen en verwerkingsmethoden van gietmortel, met speciale aandacht voor grote hoeveelheden en diverse korrelgroottes.
Product- en materiaaleigenschappen
Gietmortel is verkrijgbaar in verschillende korrelgroottes en vloeibaarheidsklassen die bepalend zijn voor laagdikten en toepassing. Een korrelgrootte bepaalt bijvoorbeeld de minimale en maximale laagdikte waarin het product kan worden toegepast. De meest gangbare korrelgrootte is 5 mm, maar er zijn ook toepassingen met 1 mm, 4 mm, 8 mm en zelfs 16 mm korrels afhankelijk van de behoeften.
- Korrelafmetingen 0 - 1 mm, 0 - 2 mm, 0 - 4 mm, 0 - 8 mm, 0 - 5 mm, 0 - 0,25 mm, 0 - 4 mm (type 82).
- Laagdikten in cm variërend, met maximum- en minimumwaarden afhankelijk van korrelgrootte.
- Sterkteklassen: K50, K60, K70, K100 met verschillende druksterktes en toepassingsgebieden.
- Krimparme en snel uithardende varianten; thixotrope gietmortels voor montage- en voegwerk; epoxy-varianten voor speciale chemische of mechanische belastingen.
Belangrijke verwerkingskenmerken zijn onder meer:
- Volledig vloeibaar giet- of pompbereid mengsel dat zonder tril- of handmatig verdichten kan worden geplaatst.
- Waterdosering: minimale en maximale dosering volgens verpakking; gebruik van maatbeker aanbevolen voor nauwkeurige dosering.
- Mengen: menging met water in vrijeval mengers, dwangmengers of groutautomaten; minimale mengtijd ca. 3 minuten; verwerkingstijd ca. 50-70 minuten (snellere mortels korter).
- Ondergrondvoorbereiding: verwijder cementhuid, vuil, vet en andere verontreinigingen; zijde vrijmaken door ruwen en bevochtigen; ondergrond mag niet waterafstotend zijn bij aanbrengen.
- Gietmortels kunnen gepompt worden; nuttig bij grotere volumina.
Sterkteklassen en toepassingsgebied
Gietmortel kent meerdere sterkteklassen die de druksterkte aangeven en daarmee de belastbaarheid en het gedrag tijdens het uitharden bepalen. Enkele belangrijke klassen zijn:
- K40 (C30/37): minimale druksterkte ≈ 40 N/mm² binnen 7 dagen. Geschikt voor veel standaard toepassingen; open en opgesloten toepassingen bepalen de keuze niet enkel op basis van sterkte.
- K50 (C40/50): beschikbare in zowel ondersabelings- als gietmortelvarianten; geschikte keuze afhankelijk van laagdikte en toepassing.
- K60 (C45/55): hogere sterkte, ook beschikbaar voor krimparme gietmortels en speciale toepassingen zoals beglazingsmatige afdichtingen of hoge belasting in open situaties.
- K70 (C60/75): extreem hoge begin- en eindsterkte, veelal geschikt voor opgesloten toepassingen zoals machinefundaties en voetplaten; vanaf K70 kan ook voor hoogbouw en zware staalconstructies worden toegepast.
- K100: bijzonder hoge sterkte, bijvoorbeeld voor belastingkritieke installaties en grote open volumes onder hoge druk.
Let op: het gebied buiten de kolom of fundering wordt vaak beschouwd als een vloerachtig volume wanneer de gietmortel buiten de machinefundatie of voetplaat komt; in dat geval geldt een andere interpretatie van “ondergieten” en open toepassing. Krimpbeheersing is een cruciale factor: geen enkele cementgebonden mortel is volledig krimpvrij, hoewel krimparme varieten worden ontwikkeld om krimp zoveel mogelijk te beperken.
Verwerking bij grote hoeveelheden en praktische richtlijnen
Voor grootvolumeprojecten is het volgen van de correcte dosering en mengvolgorde essentieel. Een aanbevolen werkwijze is als volgt:
- Bereid de ondergrond voor; verwijder resten en maak de oppervlakte nat tot geen water meer wordt opgenomen.
- Begin met het toevoegen van ca. 2/3 van de waterdosering in de menger; voeg vervolgens de gietmortel toe en meng tot klontvrije massa.
- Richt je op één vloeiende stroming bij het gieten om luchtinsluiting te voorkomen; gebruik voldoende ontluchtingsopeningen.
- Giet in één constante stroom zonder onderbrekingen; volg de hoek- of zijde-werking bij hoekige of complexe bekistingen.
- Bij grotere ondergietingen kan een vultrechter worden gebruikt zodat hydraulische druk de constructie volledig ondergaat.
- Nabehandeling is cruciaal: minimaal 5 dagen nat houden met schoon leidingwater of afdekken met vochtige jute en kunststoffolie om uitdroging en krimp tegen te gaan.
- Bewaar verpakking droog en vorstvrij; BETEC mortels worden geleverd in 20/25 kg verpakkingen met meerdere lagen papier en geperforeerde kunststof tussenlaag.
Speciale toepassingen vereisen overleg met de technische dienst en mogelijk het gebruik van epoxy- of staalvezel versterkte gietmortels voor extra stijfheid en trillingsdemping. Voor opgesloten toepassingen zoals machinefundaties of stalen voetplaten is K70-krimparme gietmortel vaak de beste keuze; voor open toepassingen daarentegen kan een lagere sterkte of een ander type mortel geschikter zijn.
Veiligheid, opslag en onderhoud
BETEC gietmortels zijn cementgebonden materialen en kunnen irritaties veroorzaken aan huid en ogen. Draag beschermende kleding, handschoenen en veiligheidsbril; een stofmasker wordt aanbevolen. Spoel ogen of huid na contact onmiddellijk met schoon leidingwater en raadpleeg een arts bij aanhouden irritatie. Bewaar bewaar verpakking droog en vorstvrij; niet waterdicht verpakt, dus opslag op een droge plek met goede ventilatie.
Toepassingenoverzicht
Gietmortel kan voor uiteenlopende toepassingen gebruikt worden, waaronder:
- Onder- en nabouw van machinefundaties, verankering en fixatoren; staalvoetplaten en kraanbanen.
- Aangieten van stekeinden, verlijmen van ankers, ondergieten van opleggingen.
- Onder- en nabijgieten van prefab betonconstructies, betonelementen en stalen constructies.
- Vergrendeling en vulwerk tussen voegen, wanden, kolommen en sparingen; toepassingen tot hoge sterkte en minimale krimp.
- Epoxy-gietmortel voor specifieke chemische of hoge belastingsomstandigheden; thixotrope varianten voor montage- en voegwerk.
Technische samenvatting
Gietmortel is een veelzijdige, vloeibare mortelvariant die in uiteenlopende korrelgroottes en sterkteklassen verkrijgbaar is, met een focus op krimpbeheersing en snelle voltooibare uitharding in de meeste toepassingen. Voor opgesloten toepassingen biedt K70 vaak de beste combinatie van begin- en eindsterkte, terwijl voor open toepassingen K40 of andere klassen beter kunnen zijn afhankelijk van de belasting en de potloodige ruimte. De verwerking vereist nauwkeurige dosering, vloeiende giet en uitgebreide nabehandeling om scheurvorming en krimp te minimaliseren. Epoxy-varianten bieden extra chemische weerstand en stabiliteit bij specifieke installaties.

Emcecrete gietmortel
Praktisch stappenplan voor projectplanning
- Bepaal toepassing: opgesloten (machinefundaties) versus open (vloeren, wanden) en kies sterkteklasse op basis van belasting.
- Selecteer korrelgrootte die past bij gewenste laagdikte en vulvolume.
- Plan voor ondergrondvoorbereiding, bevochtiging en ontluchtingsopeningen.
- Bereken waterdosering en mengvolgorde; zorg voor klontvrije massa.
- Voer giet- of pompwerk uit in één vloeiende stroom; pas vullen aan met hulpstukken zoals vultrechter indien nodig.
- Implementeer uitgebreide nabehandeling gedurende minstens 5 dagen.
- Controleer eindsterkte en eventuele krimponderzoeken na uitharding.
tags: #gietmortel #k70 #grote #hoeveelheid